linkedinhyves_icontwitter

Poll

Het roer moet om en wel als volgt:
 

Legende

klik hier voor de legende van de Portugese haan.

Werkwijze verkoop

Onze werkwijze in tien stappen?  Lees meer

Bel mij terug!

Teruggebeld worden? Klik
hier om naar het contact-
formulier te gaan.

Download centrum

Klik hier voor een overzicht
van belangrijke bestanden.

Links

Klik hier voor interessante links.

Verkoop van een assurantieportefeuille en het vormen van een vervangingsreserve

 

Mag ten laste van de, bij verkoop van een assurantieportefeuille gerealiseerde winst een vervangingsreserve worden gevormd?‘Neen’, zei de rechtbank Arnhem in 2007. ‘Ja’ zegt het Hof Arnhem in hoger beroep in april 2009. Belanghebbende, een B.V., had vanwege het feit dat de directeur/aandeelhouder (dga) het drijven van een eigen onderneming tijdelijk niet meer aankon en ter voorkoming van schade aan de assurantieportefeuille omdat cliënten door de ontstane situatie mogelijk weg zouden blijven én in verband met de behoefte van de dga aan liquide middelen om in privé de noodzakelijke procedures te kunnen voeren, zijn portefeuille en goodwill per 1 april 1999 aan een derde verkocht voor fl. 280.000. Met belanghebbende en de dga werd voor de duur van 5 jaar en voor een bepaald gebied een concurrentiebeding afgesproken. De B.V. werd als sub-agent van de koper aangesteld. In 1999 en daaropvolgende jaren werd door de B.V. daarmede enige winst behaald. In 1999 trad de dga zelf als assurantieadviseur in loondienst bij een derde.De inspecteur van Belastingen stelde op grond van de feiten dat een vervangingsvoornemen van de B.V. niet aannemelijk is, hetgeen z.i. ook bevestigd wordt door de aanwending van de uit de verkoop vrijgekomen financiële middelen door de B.V. Ultimo 1999 toonde de rekening courant met de dga een debetsaldo van fl. 601.513. en er is ook nog steeds niet daadwerkelijk tot vervanging overgegaan. Daarom mag de B.V., aldus de Inspecteur, geen vervangingsreserve vormen.Daarentegen stelde de B.V. dat zij, mede vanwege de gedrevenheid van haar dga om als assurantietussenpersoon werkzaam te zijn, het stellige voornemen had en heden ten dage nog heeft, om de verkochte portefeuille te vervangen. Het ontbreken van middelen beïnvloedt volgens de B.V. haar vervangingsvoornemen niet en vormt dus geen argument om de reserve te weigeren.De dga zelf verklaarde de eerste twee jaren na de verkoop niet veel activiteiten te hebben ontplooid omdat hij rust en energie nodig had om inprivé de juridisch noodzakelijke procedures te voeren. Maar hij heeft steeds het voornemen gehad om in zijn B.V. opnieuw met een assurantieportefeuille te starten, hij wil ook in de verzekeringswereld werkzaam blijven, dat vak is zijn ziel en zaligheid. Er zijn gesprekken gevoerd met betrekking tot een vervangende aankoop, maar vanwege de hoge prijzen van assurantieportefeuilles is dat er (nog) niet van gekomen. Van de gevoerde gesprekken is niets schriftelijk vastgelegd. Hij was ervan overtuigd de juridische procedures positief te kunnen afronden en met de te ontvangen schadevergoedingen de debetstand van de rekening courant met zijn B.V. te kunnen aanzuiveren. Het
concurrentie beding gold ook slechts voor een beperkte regio, waarbuiten hij vrijelijk kon concurreren. De stellingen van de B.V en de dga worden door verklaringen van de belastingadviseur van de B.V. ondersteund. Het Hof concludeert op grond van de inhoud van de gedingstukken, aangevuld met de geloofwaardige verklaringen van de dga en de belastingadviseur, dat de B.V. aannemelijk heeft gemaakt dat zij per ultimo 1999 voornemens was de verkochte assurantieportefeuille te vervangen door een bedrijfsmiddel dat dezelfde plaats in haar vermogen innam. Anders dan de inspecteur meent kan volgens het Hof uit de feiten niet zondermeer worden geconcludeerd dat de B.V. geen vervangingsvoornemen had. Ook het per ultimo 1999 ontbreken van financiële middelen acht het Hof niet van doorslaggevende betekenis en derhalve het hoger beroep gegrond.